Röntgenonderzoek paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Redenen voor röntgenonderzoek

Röntgenonderzoek paard

Het nemen van röntgenfoto’s is niet meer weg te denken in de huidige paardenpraktijk.

Door de vooruitgang op digitaal gebied kan men zeer gedetailleerd oordelen over benige structuren en zelfs de weke delen. Zo kunnen contrast, resolutie en beeldgrootte aangepast worden om nog nauwkeuriger te kunnen oordelen.

Niet alleen voor kreupelheden maar ook voor tandproblemen en afwijkingen van de wervelkolom kan röntgendiagnostiek gebruikt worden.

Hoe worden röntgenfoto’s gemaakt?

Bij voorkeur maken we de röntgenfoto’s op de kliniek waarbij een optimaal oordeel geveld kan worden. Sinds enige tijd is het echter mogelijk om op locatie foto’s te maken en te beoordelen. Met de aanschaf van de Sound-EKLIN Mark IIIG kunnen we aan huis een complete keuring verzorgen.

Chip paard

Binnen enkele seconden verschijnt het röntgenbeeld op het scherm, waardoor eventueel aanvullende opnamen direct gemaakt kunnen worden. De straling is in de meeste gevallen niet hoger maar zelfs lager, waardoor uw paard geen hogere stralenbelasting krijgt te verduren.

Na afloop is het mogelijk de foto’s te emailen of op cd-rom te branden, waardoor u ze thuis nog eens kunt bekijken.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Rugpijn paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Volgens meerdere onderzoekers zijn rugproblemen bij paarden één van de belangrijkste veroorzakers van een verminderde prestatie en afwijkende gangen bij sport- en racepaarden. Dikwijls is goed mogelijk om met behulp van een gedegen klinisch onderzoek aan te tonen dat er rugprobleem zijn. De moeilijkheid schuilt in het feit om de exacte diagnose te stellen.

Begrijpen waarom

Zodra rugpijn wordt vermoed of is vastgesteld, moet de veroorzaker hiervan nog worden gevonden. Hierbij zijn beeldvormende technieken (zoals röntgen en echo) van wezenlijk belang. Dankzij de sterke verbetering van deze technieken in de afgelopen jaren, kan men nu defecten aantonen op plaatsen waar men eerder niet bij kon. Met de combinatie van röntgen en echo kan men de wervelkolom nu beter in beeld brengen. Hierdoor kan ook beter een verklaring gevonden worden voor onduidelijke rugklachten. Speciale beeldvormende technieken (via universiteitsklinieken) vormen een waardevolle aanvulling op het “begrijpen” van de wervelkolom en zijn omringende weefsels.

Voor de liefhebbers

Een iets technischer stukje:
Men verdeelt de wervelkolom in vier regio’s. Het gebied van de laatste borstwervels (T10-T18), de overgang van de borstwervels naar de lendenwervels (T16-L2), de lendenwervels (L2-L5) en de overgang van de lendenwervels naar de bekkenwervels (L5-S1). Kortom het hele horizontale gedeelte van de paardenrug is zo opgedeeld. Aan elk gebied is een “overkoepelend syndroom” gekoppeld.

Door de rug met zijn problemen zo in te delen kan men een betere therapeutische behandeling in stellen en is de prognose aanmerkelijk verbeterd.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Kreupelheidsonderzoek paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Voor optimale sportprestaties moet een paard pijnloos lopen. Kreupelheid is helaas een veelvoorkomende probleem bij het paard. Kreupelheid is letterlijk een stoornis in het normale gebruik van een of meerdere ledematen. Oorzaken kunnen komen uit pijn in de hals, schoft, schouder, rug, lendenen, heupen, benen of voeten. Hierbij kunnen ontstekingen optreden in o.a. botten, gewrichten, pezen, peesscheden, slijmbeurzen, spieren en zenuwen. Het vaststellen van de juiste plek is belangrijk voor een succesvolle behandeling.

Kreupelheidsonderzoek paard

Hoe ziet een kreupelheidsonderzoek eruit?

De dierenarts gebruikt een specifiek systeem om onderzoek te doen. Afhankelijk van de oorzaak bevat een dergelijk onderzoek de volgende onderdelen:

  • Medische geschiedenis: heeft men de oorzaak toevallig gezien; heeft het paard al eerder last gehad van deze blessure; ziet men verbetering of verergering van het probleem.
  • Inspectie in rust: aandacht wordt geschonken aan stand, balans en eventuele verwondingen of verdikkingen.
  • Beoordeling van de gangen: stap, draf en galop worden beoordeeld deels op harde en deels zachte bodem. Verkorte passen, onregelmatig plaatsen van de voeten, stijfheid en hoofdbeweging worden beoordeeld.

De mate van kreupelheid wordt beoordeeld aan de hand van een vast schema. Hierbij wordt de ernst
aangegeven met symbolen:
   niet kreupel –
   onzekerheid over kreupelheid +/-
   gering kreupel +
   duidelijk kreupel ++
   ernstig kreupel +++

  • Palpatie: verdachte pezen, banden gewrichten, spieren etc. worden met de hand beoordeeld op warmte zwelling en pijnlijkheid. Hierbij behoort ook een hoefonderzoek met percussie en visitatie.
  • Buigproeven: door het tijdelijk uitoefenen van druk op gewrichten, banden en pezen komt pijnlijkheid in deze gebieden tot uiting bij het wegdraven.
Diagnostische anaesthesie zenuwen paard
  • Diagnostische anesthesie van zenuwen of gewrichten: van de hoef tot aan het bovenbeen wordt stapsgewijs een deel van het been verdoofd totdat het paard duidelijk verbetering van gang toont. De locatie van de pijnlijkheid kan op deze manier beter bepaald worden.
  • Röntgenfoto’s: afwijkingen aan benige structuren zijn zichtbaar op röntgenfoto’s. Niet alle afwijkingen zijn een reden tot kreupelheid. Afwijkingen aan de zachte weefsels zijn minder goed te beoordelen op röntgenfoto’s.
  • Echografie: met behulp van echo zijn de weke delen in beeld te brengen. Bij minimaal zichtbare problemen geeft de vergelijking van linker en rechter ledematen afwijkingen weer.

Waaruit bestaat de therapie?

Afhankelijk van de oorzaak kunnen diverse therapieën ingesteld worden:orthopedisch beslag; behandeling van gewrichten, pezen of peesscheden met geavanceerde middelen, IRAP, PRP of stamcellen; arthroscopische chirurgie voor het verwijderen van fragmenten etc.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl


IRAP/ACS behandeling paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Wij kunnen u de nieuwste behandelingsmethode van gewrichten en peesschedes bij uw paard aanbieden. Deze IRAP/ACS-therapie is nu reeds succesvol gebruikt door een zestigtal klinieken en bij een duizenden paarden over de hele wereld.

Simpele bloedafname

Via een simpele bloedafname van uw paard kunnen we in ons laboratorium een serum produceren dat bepaalde eiwitten (Interleukine-1 Receptor Antagonist Proteïnen) met een ontstekingsremmende werking bevat. Hiervoor wordt het bloed op een speciale manier bewerkt tot we ongeveer een 6-tal gebruiksklare spuitjes hebben.

Behandeling

De standaard “startbehandeling” bestaat uit 3 tot 4 injecties in het gewricht of de peeschede met een interval van 7 dagen. De resterende dosissen worden bewaard en kunnen bij een eventuele volgende behandeling aangewend worden. Daarnaast is rust en een aangepast revalidatieprogramma noodzakelijk om tot een optimaal resultaat te komen.

IRAP/ACS wordt meer en meer de ‘gouden standaard’ voor de behandeling van gewrichten en peesschedes. Zowel in de vroege stadia van deze problemen als in chronische gevallen, waarbij de gewoonlijke behandeling met corticosteroïden en hyaluronzuur weinig tot geen effect had, kan deze therapie een uitkomst bieden.

100% Lichaamseigen

Het is een 100% lichaamseigen “anti-inflammatoire behandeling” en een veilige en tevens effectieve manier ter behandeling van vroege stadia van gewrichtsontsteking. Er is een vermindering in gewrichtspijn en het kreupelen na behandelingen met IRAP/ACS, zonder daarbij het negatief effect van meermalige behandelingen met corticosteroïden in het gewricht te hebben. aangezien er geen dopingsrisico is, hoeven paarden niet uit competitie gehouden te worden na behandeling.

Opmerking hierbij is dat deze behandeling geen wonderen kan verrichten. Ieder geval moet grondig onderzocht worden door een ervaren paardendierenarts om het succes van behandeling beter te kunnen garanderen.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Hoefbevangenheid paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Hoefbevangenheid is een ontsteking van de lamellen (laminitis). De lamellen zijn een kwetsbaar onderdeel van de ondervoet die ervoor zorgen dat de hoornschoen stevig aan het hoefbeen vastzit. Door verstoring in de doorbloeding kunnen de lamellen gaan ontsteken. Bij zo’n ontsteking bestaat de kans dat de lamellen worden afgebroken en de hoornschoen loslaat. Hierdoor kan het hoefbeen ‘zakken’ en ‘kantelen’. In ernstige gevallen komt het hoefbeen door de zool naar buiten en moet de dierenarts het paard laten inslapen. 

Wat zijn de symptomen?

Acute hoefbevangenheid is zeer pijnlijk en kan zich uiten in het naar voren plaatsen van de benen, ‘trippelen’, heel voorzicht lopen (‘op eieren’), helemaal niet meer willen lopen of zelfs alleen nog maar willen liggen. De hoeven zijn warmer dan normaal en in de kootholte is het ‘kloppen’ van bloedvaten vaak goed te voelen. Ook is het pijnlijk als er op de hoeven wordt getikt of als er met een speciale tang in wordt geknepen. In meer chronische gevallen herkent men de hoefbevangenheid aan de kenmerkende ringen op de hoefwand. Het paard is dan vaak minder of helemaal niet kreupel.

Oorzaken voor hoefbevangenheid

De verstoring van de hormoonbalans is de meest voorkomende oorzaak van hoefbevangenheid. Aandoeningen die voor zo’n verstoring van de hormoonhuishouding zorgen zijn pituitary pars intermedia dysfunction (PPID, voorheen de ziekte van Cushing genoemd) en het equine metabole syndroom (EMS). Deze paarden of pony’s worden vermoedelijk herhaaldelijk hoefbevangen door een afwijkende suikerstofwisseling . Dit gebeurt vaak na het grazen op een ‘vette’ weide of na het eten van krachtvoer. Uit enkele onderzoeken blijkt dat meer dan 80% van de paarden met hoefbevangenheid lijdt aan PPID of EMS.*1,2) In het najaar is PPID in ongeveer 70% van de gevallen de veroorzaker van deze ernstige voetaandoening.*3) PPID werd voorheen gedacht de meest voorkomende oorzaak bij iets oudere paarden of pony’s te zijn en EMS bij de iets jongere dieren. Dit betekent niet dat bij jongere paarden geen PPID voorkomt. Uit recent nog niet gepubliceerd Engels onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de paarden tussen de 10 tot 15 jaar met een geschiedenis van hoefbevangenheid, PPID heeft.*3,4)

Andere minder vaak voorkomende oorzaken van hoefbevangenheid zijn ziekten elders in het lichaam. Hierbij worden gifstoffen gevormd. Voorbeelden zijn: baarmoederontsteking als gevolg van achterblijvende nageboorte, diarree en ernstige longontsteking. Overbelasting van de voet kan ook een oorzaak zijn (b.v. door het niet willen belasten van een ernstige pijnlijk been aan de andere zijde, of door het lopen op een harde ondergrond). 

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De dierenarts zal op basis van het klinisch beeld en lichamelijk onderzoek de diagnose kunnen stellen. Daarnaast is bloedonderzoek sterk aan te raden.

Bij hoefbevangenheid is het heel belangrijk om er samen met de dierenarts achter te komen wat de oorzaak is, zodat deze ook behandeld kan worden. Een bloedonderzoek kan hierbij erg nuttig zijn. Ook wanneer uw paard geen acute aanval heeft, maar herhaaldelijk hoefbevangen is, kan bloedonderzoek extra informatie geven. PPID en EMS zijn met bloedonderzoek aan te tonen. Bespreek met uw dierenarts het testen op PPID en EMS en stel een behandeling in, zodat de kans op hoefbevangenheid kleiner wordt.

Meer weten over PPID? 
Ga naar www.ppidbijpaarden.nl.

Waaruit bestaat de therapie?

Als een paard of pony aan de pijnlijke ernstige acute vorm van hoefbevangenheid lijdt, dient er direct actie te worden ondernomen. Omdat de gevolgen groot kunnen zijn, is het consulteren van de dierenarts altijd noodzakelijk. Een paar dingen kunt u alvast doen: loop niet met uw paard en zorg dat de voeten gekoeld worden. Paarden die hoefbevangen zijn willen de voeten graag ontlasten. Geef het paard daarom een plek waar hij kan liggen. De dierenarts zal medicijnen geven die de pijn en ontsteking remmen en soms ook medicijnen die de doorbloeding stimuleren. De Bonpard Colon voeding kan uw paard verder helpen.

Voorkomen hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid kan voorkomen worden door uw paard of pony niet te veel te laten eten. Met name op de grazige weide in het voorjaar. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar toch, dat kan nu met het speciale anti graas masker.



*Referenties: 1. Donaldson MT, Jorgensen AJ, Beech J. (2004) Evaluation of suspected pituitary pars intermedia dysfunction in horses with laminitis. Apr 1;224(7):1123-7. 2. Karikoski NP, Horn I, McGowan TW, McGowan CM. (2011) The prevalence of endocrinopathic laminitis among horses presented for laminitis at a first-opinion/referral equine hospital. Domest Anim Endocrinol. 2011 Oct;41(3):111-7. 3. ‘Talk about laminitis’ campagne (2012), 3567 paarden in augustus t/m november onderzocht op PPID, Groot Brittannië, data on file Boehringer Ingelheim. 4. Rendle D.(2013). Nieuwe inzichten in de diagnostiek van PPID bij het paard. Dier en Arts, nr 8/9. 5. Prongatz M.C, Graubener C, Wehrli Eser M. (2010) Equine Cushing Syndrom – Wirkungen einer Langzeittherapie. Pfedeheilkunde 26(4):598-603

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Harde beengebreken paard

Onderzoek been paard

Aan het voorbeen kunnen voorkomen:

Schiefel
Schiefels zijn beennieuwvormingen in het gebied van de pijp in voor- en achterbeen, bij het voorbeen meestal aan de binnen kant van de pijp, bij het achterbeen meestal aan de buitenkant. Ze kunnen spontaan ontstaan, maar ook door uitwendig geweld.

Spontaan, dan bevinden ze zich meestal op de overgang tussen het grote pijpbeen en het griffelbeen, speciaal voorkomend op voorbeen aan het bovenste derde gedeelte. De beenwoekering voelt aan als een harde uitpuiling. Wanneer de schiefel zich meer naar binnen ontwikkelt dan kan de pees van de hoefbeenbuiger erlangs schuren waardoor een belastingskreupelheid kan ontstaan. Bij jonge paarden zien we soms een rachitische oorsprong, dan is deze nog te behandelen met vitamine-injecties.

Uitwendig geweld, kan een beenvliesbeschadiging geven zodat op die plaats een schiefel kan ontstaan. Ook kan het griffelbeen gebroken zijn, dan treedt ook een schiefel op. De ernst van een schiefel is afhankelijk van de oorzaak en van de plaats. Afwijkende standen (bv. Franse stand) kunnen door het zich strijken oorzaak zijn voor het zich strijken oorzaak zijn voor het optreden van schiefels. Ze kunnen soms ook spontaan verdwijnen.

Overhoef
Dit is het optreden van beennieuwvorming in de onmiddellijke omgeving van het kroongewricht of hoefgewricht, als gevolg van een chronische ontsteking van de omgeving van het gewricht. Betreft dit het kroongewricht dan spreken we van een hoge overhoef, betreft dit het hoefgewricht, dan lage overhoef. Het is een uitgesproken slepend proces, waarbij de beennieuwvorming zeer geleidelijk aan groter wordt. Het kan een ongeneselijke kreupelheid geven. De hoge overhoef is meestal duidelijk zichtbaar, echter opgemerkt dient te worden, dat zelfs vrij harde, duidelijk zichtbare verdikkingen rondom of meer plaatselijk boven de kroonrand lang niet altijd een benige grondslag hoeven te hebben, zodat, men de beoordeling hiervan zeer voorzichtig dient te zijn.

Verbening van het hoefkraakbeen
Deze is te voelen als een verharding van de hoefkraakbeenderen, net boven de verzenen. Het ontstaat meestal ten gevolge van slijtage, echter het ene ras is er gevoeliger voor dan het andere.

Aan het achterbeen kunnen voorkomen:

Spat
Dit is een chronische gewrichtsontsteking van de onderste geledingen van het spronggewricht, die gepaard gaat met beenaantasting van de beide beenvlakken, die tezamen het gewricht vormen. We zien een beenwoekering op de voorbinnenzijde van het spronggewricht. Deze aantasting kan na lange tijd aanleiding geven tot een volkomen vergroeien van het spronggewricht. De veranderingen die in en om het gewricht plaatsvinden, kunnen een prikkel zijn tot het acuut oplaaien van het proces. De kreupelheid is zeer wisselend. Lange tijd heeft men gemeend dat het gebrek alleen erfelijk was, echter we weten nu dat een te zware belasting en/of een foutieve belasting t.g.v. een verkeerde beenstand evenals een verkeerde bouw van het spronggewricht en een afwijkende hoek in datzelfde spronggewricht tezamen met de mogelijke erfelijke aanleg tot spat kan leiden.

Hoewel de veranderingen, die in en om het spronggewricht kunnen optreden, onherstelbaar zijn, kan bij doeltreffende behandeling het paard in vele gevallen nog lange tijd beschikbaar blijven voor gebruik.

Verborgen spat
Deze is niet van buiten zichtbaar, de beenwoekering zit nl. in het spronggewricht zelf. Deze aandoening geeft praktisch altijd een ongeneselijke kreupelheid. Door het paard flink in beweging te houden kan men de kreupelheid camoufleren.

Hazehak
Dit is een harde verdikking op de achtervlakte van de hak, ongeveer een handbreedte onder het boveneinde van de hak en wordt veroorzaakt door een kanteling van een voetwortelbeentje. Bij jonge paarden kan het soms verdwijnen maar meestal wordt het erger. Het geldt als een aanwijzing voor een minder solide spronggewricht. Paarden met een hazehak worden in meerdere stamboeken niet opgenomen.

Reebeen
Dit is een sterke ontwikkeling van de kop van het buitenste griffelbeen. De hoek aan de buiten-achter-onderzijde van het spronggewricht wordt daardoor meer geprononceerd. De oorzaak is vaak erfelijke aanleg of een beschadiging. Geeft geen aanleiding tot kreupelheid.

Sore shins of bucked shins
Dit zijn harde verdikkingen op de voorkant van de pijp die ontstaan t.g.v. ontsteking van het botvlies. We zien dit bij jonge renpaarden en het is een matig ernstig gebrek. Herstel treedt meestal na enige tijd spontaan op.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

CPL, chronisch progressief lymfoedeem, paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Wat is CPL bij het paard?

Bij het chronisch progressief lymfoedeem functioneren de lymfevaten van het (koud)bloed paard slecht doordat er te weinig elastine aanwezig is de weefsels. Vocht wordt zodoende onvoldoende afgevoerd en hierdoor kan het paardenbeen dik worden en ribbels en bulten gaan vertonen. Infecties ontstaan vaak en dan krijgt het paard er behoorlijk last van.

CPL is niet te genezen

Mok lijkt erg op CPL, maar mok is goed te genezen. Dit in tegenstelling tot CPL, dat is niet te genezen. Door speciale technieken (lymfangiografie en lymphoscintigrafie) kunnen de uitgezette en vervormde lymfebanen in beeld worden gebracht en zo kan de definitieve diagnose gesteld worden. Symptomatisch behandelen van CPL is wat resteert en dat betekent vooral een goede wondverzorging. En bewegen, door bewegen wordt de vochtafvoer en doorbloeding bevorderd.

Voeding en CPL

Voeding is ook van belang. Een zogenaamde sobere voeding, dat wil zeggen zo min mogelijk suikers en zetmeel, kan ondersteunen en uw paard verlichten. Voorkom te rijk gras en kuil en voer hooi. Uitsluitend hooi is dan een gepast rantsoen en dit kunt u aanvullen met bijvoorbeeld Bonpard Forage supplement om zo uw paard van alle essentiële vitamines en mineralen te voorzien. Overleg dit altijd eerst met uw dierenarts.

Beweging, goede beenverzorging en aangepast rantsoen zijn het voornaamste.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Bestel veilig en zeker bij de Dierapotheker

Chiropractie paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Chiropractie is een beroep dat zich bezig houdt met de behandeling en preventie van (mechanische) stoornissen in het bewegingsapparaat en de wervelkolom en de effecten hiervan op het functioneren van het zenuwstelsel. Er ligt nadruk op manuele behandeling, inclusief (wervel)manipulaties en correcties. De chiropractische behandeling kan de traditionele geneeskunde niet vervangen, maar wel therapeutische mogelijkheden toevoegen aan de reguliere diergeneeskunde.

Wervelkolom

Chiropractie is gericht op de wervelkolom van het paard. De wervelkolom begint van af de schedel met 7 halswervels, 18 borstwervels met ribben, 5 of 6 lenden wervels, het bekken met heiligbeen en de staart wervels.  In de gehele wervelkolom kunnen blokkades voorkomen, wat betekent dat de bewegingsmogelijkheid tussen 2 opeenvolgende wervels verminderd is. Door deze blokkades ontstaat er lokaal een verhoogde spierspanning en mogelijk ook pijn. Deze blokkades kunnen optreden door bijvoorbeeld een val, compenseren in de wervelkolom bij kreupelheid, verkeerd rijden, een slecht passend zadel, de bouw van het paard, verkeerde hoefstand en dergelijke.

Bij het kraken, liever spreken we van een manipulatie, wordt met een korte krachtarm met een zeer snelle beweging in een specifieke richting op de wervel de bewegingsruimte vergroot, neemt de spierspanning af en wordt pijn verminderd.

Redenen voor chiropractie

Chiropractie kan toegepast worden om prestaties te verbeteren, in de revalidatie van kreupele paarden en ook bij onregelmatig lopen van paarden zonder duidelijke kreupelheid.

Waaruit bestaat chiropractie?

Een chiropractisch onderzoek ziet er als volgt uit: Eerst wordt het paard in stand beoordeeld, vervolgens wordt het paard algemeen over het gehele lichaam gevoeld naar spierspanningen en andere grote afwijkingen. Vervolgens wordt er wervel voor wervel in verschillende richtingen bepaald of er een bewegingsbeperking is. Meestal wordt het paard ook in beweging bekeken en wordt er specifiek naar pijnlijke gebieden gevoeld. Daarna worden de eventuele manipulaties uitgevoerd. Na deze manipulaties vindt weer een evaluatie plaats om te bepalen of de manipulaties effectief zijn geweest. Bij ernstige afwijkingen in het onderzoek kan het zo zijn dat het paard niet wordt behandeld maar dat er eerst nader veterinair onderzoek nodig is, bijvoorbeeld röntgenfoto’s en echografie van de wervelkolom. 

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Bestel veilig en zeker bij de Dierapotheker

Mestonderzoek en ontwormen paard

Waarom ontwormen?

Worminfecties bij paarden komen nog steeds veelvuldig voor. Er zijn veel verschillende soorten wormen, niet allemaal zijn ze even belangrijk. We moeten steeds uitgaan van de stelling dat een paard zonder parasieten eigenlijk niet bestaat. De meeste grazende paarden zijn besmet maar op veel bedrijven is het probleem minimaal doordat regelmatig behandeld wordt. Dit neemt niet weg dat de infectiedruk hoog kan zijn en dat bij stopzetten of onvoldoende behandelen zeer snel opnieuw problemen ontstaan.

Verschillende wormsoorten

De belangrijkste en meest voorkomende wormsoorten bij het paard op dit moment zijn:

De Veulenworm (Strongylus Westerii)
Deze minder vaak voorkomende worm vinden we – zoals de naam het aangeeft – vooral terug bij veulens (< 6 maand). Bij oudere dieren komen de larven dikwijls terecht in verschillende weefsels, zoals de uier bij hoogdrachtige merries.


Veulens zullen zich voornamelijk op stal besmetten daar de eitjes die met de mest uitgescheiden worden zich snel ontwikkelen tot larven die de huid kunnen ‘perforeren’. Daarna trekken deze larven via de bloedbaan naar de longen om uiteindelijk terug in de dunne darm terecht te komen.
Ook door opname van larven in de melk kunnen veulens zich besmetten.
Soms zien we jeuk wanneer larven de huid binnendringen, ook kunnen ademhalingssymptomen optreden door de migratie van larven doorheen de longen. De aanwezigheid van volwassen wormen in de darm kan leiden tot een ontsteking met diarree en koliek tot gevolg.

De Kleine Strongyliden (Cyathostominae, bloedwormen)
Deze kleine rode wormen (vandaar de naam bloedwormen) zijn veruit de belangrijkste parasitaire aandoening bij paarden. Ze kunnen in grote aantallen aanwezig zijn in het colon. Ziekte treedt op bij alle leeftijden daar geen immuniteit tegen deze wormen wordt opgebouwd. Besmetting
De infectieuze larven worden opgenomen vanuit de omgeving en komen in de dikke darm terecht. Daar dringen ze in het slijmvlies waar ze verder ontwikkelen of zich ‘slapend’ innestelen. Dit gebeurt aan het eind van de zomer. Tijdens de wintermaanden komen ze terug uit het slijmvlies en ontwikkelen zich verder tot volwassen wormen.
Er zijn twee belangrijke besmettingsperioden te onderscheiden: zomer en winter.
Op het eind van de zomer zijn vaak de grootste aantallen volwassen wormen terug te vinden in de darm. Deze zijn op zich relatief weinig schadelijk. Soms is een vaag beeld van conditieverlies, vermageren,…aanwezig.
Belangrijker is de zogenaamde ‘wintercyathostominosis’ waarbij de ingenestelde larven opeens massaal vrijkomen en een acute darmontsteking geven. Dit leidt tot diarree, koorts, vermageren en een eventueel bijkomende infectie met salmonella is mogelijk.

De grote strongyliden
Het belang van dit type wormen is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen. Zij bevinden zich meestal in kleine aantallen in de blinde darm.
De opgenomen larven dringen de darmwand binnen en gaan via de kleine bloedvaatjes naar een grote slagader van het darmpakket toe kruipen. Nadat ze zich daar verder ontwikkeld hebben worden ze teruggevoerd met het bloed naar de dikke darm, waar ze opnieuw door de darmwand heen dringen en volwassen worden.
Het belangrijkste probleem is dat de larven van deze worm zich kunnen ophopen in de darmbloedvaatjes of darmslagader met ontsteking en trombose tot gevolg. Hierdoor komt de bloedvoorziening van de darmen hier en daar in het gedrang met koliek, vermageren en diarree als resultaat.

De lintworm (Anaplocephala Perfoliata)
Deze lintworm vinden we vooral terug op het einde van de dunne darm of begin van de dikke darm. Zowel jonge als oudere paarden kunnen zich besmetten (vnl. late zomer) daar geen immuniteitsopbouw bestaat.
Hierbij spelen een bepaald soort mijten een belangrijke rol als tussengastheer. Eitjes ontwikkelen zich in eerste instantie in deze mijten maar groeien pas volledig uit wanneer de mijten bij het grazen door het paard opgenomen worden.
Bij lichte infecties kunnen we aannemen dat deze worm weinig kwaad doet. Het probleem doet zich voornamelijk voor bij zwaardere infecties aangezien die de darmmotiliteit kunnen beïnvloeden. Dit kan 3 vormen van koliek met zich meebrengen: krampen, obstructies en zelfs invaginaties (instulping van stuk dunne darm in een stuk dikke darm) worden hiermee geassocieerd.

De spoelworm (Parascaris Equorum)
Deze worm is de meest voorkomende wormsoort bij jonge paarden (tot 3 jaar). De worm kan enkele decimeters lang worden en is rond van vorm.
De larfjes worden opgenomen uit de omgeving (stal en wei) en maken een trektocht door de lever en de longen voordat ze volwassen worden in de dunne darm.
Dieren met een forse besmetting kunnen hoesten, vermageren, een doffe vacht hebben en een “ wormbuikje” krijgen. Als de spoelwormen massaal aanwezig zijn, kunnen deze een verstopping van de dunne darm veroorzaken die zelfs zo erg kan zijn dat de darmwand eromheen open scheurt en de dieren sterven.
Spoelwormen zijn helaas in een snel tempo resistent tegen ivermectine aan het worden. 

Aarsworm (oxyuris equi)
De volwassen wormen leven in de dikke darm. De vrouwelijke wormen kruipen naar het rectum om hun eitjes te leggen die blijven plakken rondom de anus. Na een tijdje vallen ze af en kunnen dan weer opgenomen worden door het paard. Het afzetten van de eitjes veroorzaakt jeuk waardoor het paard de staart gaat schuren. Door het schuren worden de eitjes gemakkelijk verspreid.
Horzel (gasterophilus intestinalis)

Deze grote – en luidruchtige – vliegen zien het vaakst tijdens droge en hete zomermaanden. Ze leggen hun eitjes bij voorkeur op de manen en het onderbeen. Dit doen ze alleen als het paard zich in open lucht bevindt. De vliegen fixeren de eitjes aan de paardenharen waarna ze opgelikt worden. De larven komen daarbij vrij en boren zich in het slijmvlies van de tong. Na nog een verblijf in de keel komen ze uiteindelijk in de maag terecht waar ze zich bovenaan op vasthechten. Na een ongeveer 10 maand komen ze terug los en worden met de mest uitgescheiden om zich vervolgens te ontwikkelen tot horzels.
Enkel zware infecties (honderden larven) veroorzaken symptomen zoals een ontsteking van de maag. Vaak kunnen zijn de symptomen onduidelijk en zien we wat geeuwen of eventueel een wat variërende eetlust.

Preventie

Er bestaat geen standaard ontwormingsadvies dat voor alle paarden voldoende is. Het toe te passen ontwormingsschema is o.a. afhankelijk van de leeftijd van de te ontwormen paarden, het beweidingschema, de aantallen dieren die samen staan en het al dan niet mest ruimen uit de weide.
Heel belangrijk is het half jaarlijks controleren van uw eigen ontwormingsschema door (microscopische) controle van verse mest op de aanwezigheid van wormeitjes of wormen. Daarbij moeten we wel bedenken dat alleen volwassen wormen eitjes produceren. Zijn er (bijna) geen wormen en wormeitjes in de mest te vinden dan is het advies over het algemeen om het opnieuw ontwormen uit te stellen.
Verder bestaat er ook nog de mogelijkheid om een bloedonderzoek te doen voor de diagnose van bloedwormen.

Zowel voor het microscopisch mestonderzoek als voor het bloedonderzoek kunt u terecht bij DAP Horst. U kunt bij ons een gratis worm onderzoekset aanvragen.

Niet te vaak ontwormen!

Te vaak ontwormen is niet goed, om meerdere redenen:

Resistentie tegen bestaande, reguliere wormmiddelen vormt een steedsgroter probleem bij worminfecties. Wormen raken gewend aan het wormmiddel en worden immuun. Omdat er op korte termijn geen nieuwe wormmiddelen zullen verschijnen, is het aan te raden om voorzichtig om te springen met de werkzame middelen die er nu zijn.
Milieubelastend: een groot deel van het wormmiddel wordt uitgescheiden met de ontlasting en komt zo terecht in de voedselkring. Ook gaat hierdoor de bodemgesteldheid achteruit.
Geen opbouw eigen weerstand: wanneer een paard te vaak ontwormd wordt kan het zelf geen goede weerstand tegen wormen opbouwen. Juist doordat een paard een geringe hoeveelheid wormen in zijn darmen heeft bouwt hij deze weerstand op; het afweersysteem blijft alert. Een paard dat continu wordt ‘schoongeveegd’ bouwt deze weerstand niet op en is hierdoor zonder ontwormmiddelen vatbaarder voor ernstige besmetting dan paarden die deze weerstand wel hebben.
Onnodige behandeling van het paard met een chemisch middel: de groeiende trend in de hondenwereld om alleen te ontwormen na een faeces-onderzoek heeft onder paardenbezitters nog geen vaste voet aan de grond gekregen. Hierdoor worden veel paarden onnodig ontwormd. Hoewel er geen wetenschappelijke publicaties over zijn, kun je je voorstellen dat het continu toedienen van chemische middelen zonder noodzaak niet alleen leidt tot resistentie en onvoldoende opbouw van natuurlijke weerstand, maar ook niet bevorderlijk is voor een gezond evenwicht in de darmen van het paard.

Alternatief ontwormschema voor paarden

Moeten we dan maar helemaal stoppen met ontwormen? Nee.
Regulier ontwormen mag dan risico’s met zich meebrengen, toch is het soms wel nodig. Een beter streven is om zo terughoudend mogelijk om te gaan met reguliere wormmiddelen en deze alleen in te zetten als ze echt nodig zijn.

Met goed weidemanagement, faeces-onderzoek kan het aantal reguliere ontwormingen in veel gevallen worden gereduceerd.
In het voor- en najaar standaard ontwormen met een regulier wormmiddel.
Regelmatig faeces-onderzoek (gratis mestonderzoekset) laten uitvoeren ter controle
Een goed weidemanagement hanteren door mest zeer regelmatig van het land te scheppen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Een vermoedelijke diagnose kan gesteld worden op basis van de symptomen, bedrijfsevaluatie, seizoen en het gebruikte ontwormingsschema. Vaak is het toch interessant om deze diagnose te bevestigen. Niet alleen om wormbesmetting bij klinisch zieke dieren aan te tonen, maar eveneens om op bedrijfsniveau de infectiedruk en efficiëntie van het ontwormingsschema te kunnen inschatten.

In de eerste plaats is controle van de (verse) mest op de aanwezigheid van wormeitjes of wormen zelf een goede manier om een besmetting met de meeste types wormen aan te tonen alsook om de infectiedruk en de efficiëntie van ontwormen te kunnen evalueren.
Daarbij dienen we wel de bedenking te maken dat enkel de volwassen wormen eitjes produceren!
Verder bestaat ook nog de mogelijkheid om een bloedonderzoek te doen voor de diagnose van de kleine en grote strongyliden (bloedwormen). Hierbij wordt gekeken naar bepaalde eiwitten die stijgen of dalen.

U kunt een setje voor mestonderzoek van uw paard of pony aanvragen bij vetlab@daphorst.com.
Dit setje bevat verpakkingsmateriaal om de mest van uw paard in op te sturen naar het veterinair laboratorium, Vetlab Horst.
Ons laboratorium onderzoekt het mestmonster en stuurt u de uitslag van het onderzoek op wormeieren plus een ontwormingsplan dat afgestemd is op uw paard(en).

Hoe worden wormen behandeld?

Practisch gezien is het ontwormen van uw paard gemakkelijk met behulp van de verschillende doseringsspuiten die voorhanden zijn. Echter in theorie is de behandeling/preventie veel moeilijker. Te weinig behandelen kan namelijk leiden tot ziekte, te veel behandelen werkt dan weer resistentie in de hand.

Wanneer is het waarschijnlijk niet nodig te ontwormen?

  • Op bedrijven waar geen echte weidegang is volstaat het toepassen van een strikte hygiëne en is ontwormen meestal niet nodig. Onder hygiëne wordt het dagelijks verwijderen van de faeces uit de boxen, standen en uitloop en minstens één maal per week vervangen van het stro en schoonmaken van de boxen verstaan.
  • Op bedrijven met extensieve beweiding (bijvoorbeeld enkele paarden op een melkveebedrjf met 50 ha, die over een groot deel van het land geweid worden) is ontwormen ook niet nodig.
  • Omdat in de winter de ontwikkeling van de vrij levende stadia stil staat en de eieren zeer slecht overleven, is preventief ontwormen tussen september en maart niet nodig, behalve eventueel bij veulens tegen S. westeri of P. equorum. Dit geldt ook voor de paarden die hele winter buiten lopen. Uiteraard kan het wel nodig zijn om therapeutisch te moeten ontwormen in deze periode. Er zal dan uit de anamnese blijken dat de wormbestrijding onvoldoende is geweest.
  • Als alle faeces consequent tweemaal per week van de wei verwijderd kan worden is ontwormen waarschijnlijk niet of zeer beperkt nodig. Het is echter verstandig dit te ondersteunen via faecesonderzoek.

Wanneer is het waarschijnlijk wel nodig te ontwormen?

Op bedrijven met intensieve beweiding is ontwormen vrijwel altijd wel nodig, vooral als er veulens en jaarlingen aanwezig zijn. Het preventief gebruik van benzimidazolen tegen Strongylidae is, in verband met wijd verbreid voorkomende resistentie niet aan te bevelen. Eigenlijk is dit alleen verantwoord als via faecesonderzoek is aangetoond dat ze nog wel effectief zijn. Tegen andere rondwormen kunnen de benzimidazolen wel gebruikt worden.

  • Doe een week voor het naar buiten gaan of bij paarden die het hele jaar buiten lopen begin maart, kwantitatief faecesonderzoek van representatieve vertegenwoordigers van de leeftjdscategoriën veulens, jaarlingen, tweejarigen, driejarigen en volwassen paarden. Om kosten te besparen kunnen eventueel monsters per leeftijdscategorie onderzocht worden waarbij er wel zorg voor gedragen wordt dat van elk paard even veel faeces in het monster komt en dat het zeer goed gemengd wordt.
  • Ontworm de leeftijdscategorie met een gemiddeld strongylus EPG> 100(¹) en individuele paarden met een strongylus EPG > 200 met het middel van keuze voor ze naar buiten gaan, of half maart als ze permanent buiten lopen. Zorg ervoor dat een deel van de volwassen paarden met lage EPG’s in ieder geval niet ont­wormd wordt.
  • Doe na het verstrijken van de ERP(²) (acht weken voor ivermectine en twaalf weken voor moxidectine) na elke ontworming in voorjaar en zomer opnieuw faecesonderzoek van representatieve vertegenwoordigers van ontwormde leeftijdscategorien om te bepalen of opnieuw ontwormen nodig is.
  • Bij leeftijdscategoriën paarden die niet ontwormd zijn, moet het faecesonderzoek na een maand worden herhaald. Hierbij gelden dezelfde criteria als bij punt 2 of dieren ontwormd worden of niet. Bij paarden waarvan door eerder faecesonderzoek bekend is dat ze altijd zeer weinig eieren in de faeces uitscheiden is dit herhaalde faecesonderzoek niet nodig.
  • Gebruik zo mogelijk weidehygiëne (tweemaal per week faeces verwijderen) of evasieve beweiding (elke twee tot drie weken risicopaarden verweiden naar een veilige wei). Dit is een wei waar dat weideseizoen nog niet eerder paarden hebben gelopen. Ook als het, zoals op bijna alle intensieve bedrijven, niet mogelijk is evasieve beweiding het hele weideseizoen vol te houden, scheelt het als zware infecties kunnen worden uitgesteld.
  • Voor veulens zijn aparte aanbevelingen nodig tegen S.westeri en P. equorum. Dit houdt dus voornamelijk hygiënische maatregelen in en voor P. equorum, het zoveel mogelijk mijden van weiden waar vorig jaar be­smette veulens of andere paarden gelopen hebben. Verder kan via regelmatig faecesonderzoek van veulens beneden de zes maanden, te beginnen circa veertien dagen na de geboorte (S. westeri) of boven de vier maanden (P. equorum) worden nagegaan of ontwormen zinvol is (S. westeri EPG > 2000; P equorum eieren aanwezig). Bedenk dat het zeer frequent blind behandelen met ivermectine van veulens geleid heeft tot de problemen met ML-resistentie van P. equorum.
  • Overweeg het doen van een FECRT wanneer een groep paarden voor de tweede keer ontwormd moet worden, vooral wanneer het EPG onverwacht hoog is. Zorg dan wel voor een individuele vergelijking van het EPG van paarden op het moment van ontwormen en veertien da­gen later.
  • Bij alle dieren die nieuw op het bedrijf komen, wordt een FECRT(³) gedaan voor ze toegevoegd worden aan de dieren in de wei.

Uiteraard zijn bovengenoemde maatregelen vooral relevant voor grote intensieve bedrijven met veel risicopaarden. Dit zijn overigens juist de bedrijven waar resistentie van de cyathostominae tegen de ML het eerst zal gaan optreden. Implementatie van deze maatregelen op bedrijven met één of enkele paarden op een klein weitje is lastig. De dierenarts zal daarbij vooral zijn gezonde verstand moeten gebruiken, waarbij de mate van risico (zijn er jonge paarden) moet worden ingeschat.

Toelichting:
(¹) EPG = eieren per gram faeces, dus de uitkomst van mestonderzoek
(²) ERP = de tijd die het duurt vanaf het moment van ontwormen tot dat weer eieren in de faeces voorkomen in flinke aantallen (EPG >200 of 300)
(³) FECRT = faecesonderzoek vóór ontwormen en 14 dagen erna om resistentie tegen wormmiddelen vast te stellen.

Het veterinair laboratorium in Horst, Vetlab Horst, biedt mestonderzoekspakketten op maat.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Bestel veilig en zeker bij de Dierapotheker


Maagzweer paard

Dierentips van de dierartsen van Dierapotheker.nl

Hoe ontstaat een maagzweer?

Een maagzweer ontstaat in de maagwand van een paard als gevolg van de plaatselijke inwerking van maagzuur op het maagslijmvlies. De voortdurende stroom maagzuur kan inwerken op de maagwand wanneer de beschermende factoren in de maag onvoldoende werken.

9 liter zuur per dag

Een paard heeft een continue productie van maagsappen en zuren, dit betekent 24/7 een productie van tot wel 9 liter zure vloeistof per dag. Dus ook als paarden niet eten gaat dit proces gewoon door.

Ruwvoer

We moeten dus zien te voorkomen dat deze zure vloeistof kan inwerken op de maagwand. Dat kan door het verstrekken van ruwvoer. Bij het eten van ruwvoer wordt ruim speeksel aangemaakt en dat heeft een bufferende werking op het maagzuur. Daarbij wordt ruwvoer in de maag langzaam verteerd. Maagzweren worden dan ook vaker gezien bij sportpaarden die naar verhouding maar weinig ruwvoer eten en veel krachtvoer. Veulens zijn extra gevoelig doordat de zuurgraad van het maagzuur relatief hoog is.

Stress

Door stress kan de doorbloeding van de maag verminderen. Hierdoor wordt de maagwand gevoeliger  en  bovendien gaat de maagwand samen knijpen waardoor het zuur naar boven komt en etsend gaat werken op het onbeschermde gedeelte van de maag.

Behandeling maagzweer

Er is maar 1 werkzame stof goedgekeurd, dat is Omeprazole. Dit receptplichtige diergeneesmiddel kan door dierenartsen worden voorgeschreven en  ingezet in de vorm van bijvoorbeeld Gastrogard, Ulcergold en Pepticure.

Hoe voorkomt u maagzweren?

  • Het juiste stal- en voermanagement staat boven aan.
  • Iedere dag voldoende ruwvoer verstrekken, minimaal 3x per dag.
  • Weidegang (op gras) is de beste preventieve maatregel.
  • Bij stress situaties vooraf er voor zorgen dat het paard een laagje hooi in zijn buik heeft.
  • Een andere optie is vooraf Equitop Pronutrin of Ekygard verstrekken als extra ondersteuning voor de maag.
  • Uw paard niet zwaar laten sporten vlak voor etenstijd.

Vragen?

Maarten van Dijck paarden dierenarts

Neem gerust contact met ons op,

Drs. Maarten van Dijck
Dierenartsenpraktijk Horst
Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl

Bestel veilig en zeker bij de Dierapotheker